Bel mij
Portal

Hamerteen/Klauwteen

De grote teen heeft 2 kootjes, de andere vier tenen hebben 3 kootjes. Als het eerste en tweede teenkootje van een teen in een onnatuurlijke hoek staan ten opzichte van elkaar, raakt het uiteinde van de teen (teentop) de grond. Als de stand nog beweeglijk en corrigeerbaar is spreken we van een dynamische klauwteen. Is deze stand blijvend, dan spreken we van een gefixeerde klauwteen. Bij een hamerteen staat het eerste gewricht gebogen en het laatste gewrichtje overstrekt. Ook hierbij kennen we een dynamische en gefixeerde vorm. Vaak wordt alleen de term hamerteen voor beide soorten afwijkingen gebruikt. Oorzaken van een klauwteen of hamerteen zijn o.a. een doorgezakte voorvoet, slijtage (artrose), een holvoet, een scheefstand van de grote teen (hallux valgus), hoge spierspanning van de voetspieren, een teen die te lang is ten opzichte van de andere tenen of het dragen van te kleine schoenen.

Klachten

Doordat de teen een afwijkende stand heeft, ontstaat er eelt of een likdoorn op de teentoppen en de teenknokkels. Dit kan pijnlijk zijn vooral als u schoenen draagt.

Behandeling

Allereerst zal uw behandelend arts proberen uw klachten te verhelpen zonder hiervoor een operatie uit te voeren (conservatief). Dit kan door u een schoenadvies te geven, of steunzolen voor te schrijven. Als ondanks bovenstaande maatregelen de pijnklachten aanhouden, kan een operatieve behandeling voorgesteld worden.

Operatie

Indien er één teen gecorrigeerd moet worden kan dit poliklinisch onder plaatselijke (lokale) verdoving. Als er sprake is van meerdere hamertenen, of als er uitgebreidere ingrepen nodig zijn om de afwijkende stand van één of meerdere tenen te corrigeren, kan uw behandelend orthopedisch chirurg besluiten deze operatie in dagbehandeling op de operatiekamer uit te voeren.

Bij een hamerteencorrectie wordt het gewricht tussen het eerste en tweede kootje van de teen verwijderd, inclusief een deel van het eerste kootje. Bij het vastzetten (artrodese) wordt weinig bot weggehaald en groeien de kootjes aan elkaar vast, ook kan besloten worden meer bot weg te halen en de kootjes niet te laten vastgroeien. In het begin is de teen slap, door vorming van stug littekenweefsel krijgt de teen uiteindelijk weer stevigheid.
Door deze ingrepen wordt de teen korter en zal de teen geen drukproblemen meer kunnen veroorzaken.
Soms is het nodig om het kapsel van het gewricht tussen het middenvoetsbeentje en de hamerteen los te maken, of om de strekpees te verlengen.
De teen kan tijdelijk met een metalen pennetje in de gewenste stand gefixeerd worden.

Nabehandeling

Na de operatieve correctie van een hamerteen mag u diezelfde dag naar huis. Er zit op dat moment een groot verband om de teen en u mag niet zelf autorijden. Na enkele dagen rust mag u weer voorzichtig op de voet gaan lopen.
Als er een metalen pennetje in de teen geplaatst is, mag u wel op de hiel of de platte voet lopen, maar niet op de tenen, omdat het pennetje zou kunnen breken. Na 3 tot 4 weken wordt het metalen pennetje op de gipskamer verwijderd.
De geopereerde teen kan nog maanden na de operatie dik worden. Ook past u in de eerste weken na de operatie soms nog niet in uw eigen schoenen.

Risico’s / complicaties

Wondinfectie: in dit geval zult u enkele keren extra gecontroleerd worden en mogelijk gedurende een aantal dagen behandeld worden met antibiotica in tabletvorm.

Trombosebeen: hoewel het hier een kleine ingreep betreft is er altijd een klein risico op het krijgen van trombose. Daarom wordt geadviseerd na de operatie zo snel mogelijk uw kuitspier te gaan oefenen. Dit doet u door uw voet telkens op en neer te bewegen (“richting de neus trekken en naar de grond te bewegen.”)

Recidief: Soms groeien de teen, jaren na de eerste operatie, terug in de oude stand. De operatie kan dan nog een keer herhaald worden.